
|
Verslag van het eerste kreeftensymposium op 24 maart 2005 te Zierikzee De heer Gerard Heerebout, marien bioloog, adviseur van de Stichting Promotie Oosterschel-dekreeft, ging in op de oorzaken van het verschijnen van de Oosterscheldekreeft aan het eind van de 19e eeuw. Hij belichtte de opgang en de afgang van de kreeftenpopulatie tussen 1900 en 1970. Overbevissing, in combinatie met strenge winters en zo nu en dan te veel toestroom van zoet water uit de grote rivieren hebben uiteindelijk het bestand gedecimeerd. Na voltooiing van de Deltawerken kon er geen zoet water meer de Oosterschelde in en strenge winters werden schaars. Zodoende verliep de opbouw van het kreeftenbestand van-af de jaren 80 voorspoedig en is er weer een gezond bestand aanwezig. De heer Marnix van Stralen, visserijbioloog, lichtte de resultaten van zijn onderzoek in 2003 en 2004 toe. De voorlopige conclusies zijn:
Hij pleitte voor een duurzame visserij door een verantwoordelijke beroepsgroep. Dat kan alleen maar met een goede vangstregistratie, met een reductie van het aantal uitgegeven vergunningen, een vereenvoudiging van het vergunningenstelsel en door het stimuleren van co-management en bestandsbeheer. Het was naar zijn mening van het grootste belang dat de sector zelf met initiatieven komt op het terrein van onderzoek, beheer en promotie. Hij sloot af met de mededeling dat het mi-nisterie van LNV net deze week geld voor vervolgonderzoek beschikbaar gesteld had.
Gerard Heerebout, Zierikzee d.d. 4 april 2005
|
![]()
|